Waar is de onafhankelijkheid en objectiviteit in de zorg gebleven?

In Nederland zijn we sinds 1 januari overgegaan naar een andere financiering vorm in de zorg. Voor de omschakeling naar de gemeentes hadden de grote zorginstellingen van Nederland al veel te veel macht. Deze macht is echter niet minder geworden nu de gemeentes het voor het zeggen hebben. Er zijn maar zeer weinig gemeentes die in staat zijn cliënt gerichte zorg te leveren. Dit komt simpelweg omdat een deel van de organisaties al bij voorbaat een contract heeft voor een x bedrag. Dat is een deel van het probleem, een ander deel is dat er geen onafhankelijke instelling is om te indiceren en door te verwijzen.

arm-wrestling-567950_1280

Casemanager dementie
Laten we eens kijken naar een casemanager dementie. De Alzheimerstichting heeft in 2012 al in een rapport heeft laten weten dat een casemanager dementie een onafhankelijke positie behoort te hebben. De realiteit ligt echter heel anders. Veel grote instellingen hebben een casemanager dementie in dienst. Ik vraag me af hoe deze casemanager een onafhankelijk advies moet geven aan een cliënt. De kans dat de casemanager buiten zijn keten adviseert is natuurlijk bijzonder klein!

Voor sociale wijkteams geldt feitelijk hetzelfde. Ook hier is geen sprake van onafhankelijk advies en keurt de slager zijn eigen vlees.

Voor en nadelen op een rij:
Voor cliënten is het bijna ondoenlijk om zelf op zoek te gaan naar de beste zorg. Zelfs huisartsen kunnen alle ontwikkelingen niet meer bij houden. Mantelzorgers zijn allang blij dat ze ontlast worden, om dan andere keuzes te maken dan die door een casemanager of wijkverpleegkundige voorstelt worden is wel erg veel gevraagd. Hieronder een opsomming van de consequenties van deze manier van aanbesteden en indiceren:

Nadelen van een aan organisatie verbonden indicator en of casemanager:
1. Degene die indiceert ziet de persoon voor hem als een potentiële klant ofwel potentiële inkomstenbron, kijkt dus niet naar de beste zorg maar de beste manier om zoveel mogelijk inkomsten eruit te krijgen.
2. Degene die indiceert heeft er geen enkel baat bij om naar een andere organisatie te verwijzen. Er ligt een veel groter belang om iemand in de eigen organisatie te behouden.
3. De cliënt krijgt lang niet altijd de zorg die hij nodig heeft omdat niet alle zorgaanbieders worden aangereikt .
4. De grote zorginstellingen zien geen noodzaak tot verbetering aangezien zij van inkomsten verzekerd zijn.
5. Nieuwe zorgaanbieders met andere en of betere zorg krijgen geen kans.

Voordelen om een onafhankelijke indicator en casemanager te hebben:
1. De persoon die hij indiceert en of ondersteunt in zijn hulpvraag wordt niet gezien als potentiële inkomstenbron maar als mens waar ondersteuning aan geboden moet worden op een zo effectief mogelijke manier
2. Hij heeft alle zorg in beeld en probeert de persoon aan de organisatie te koppelen die het beste bij hem of haar past (betere zorg voor mogelijk minder geld)
3. Hij kan ook als klachtenfunctionaris dienen
4. Hij heeft geen belangen vanuit zijn eigen organisatie die in zijn werkwijzen en denkwijzen verwerkt zitten
5. Hij kan een plek zijn waar innovatieve ideeën worden ondersteund en opgepakt
6. Hij kan netwerken creëren en stimuleren

Zorg van de toekomst
Mijn inziens wordt het tijd dat er op een andere manier met de zorg omgegaan wordt. Laten we hopen dat we met zijn allen van dit transitiejaar leren en betere zorg gaan neerzetten. Ook hoop ik dat er een oplossing komt voor de problemen in de strijd tussen gemeentes en verzekeringsmaatschappijen. Een gedeeltelijke oplossing in 2017 dient zich aan met de nieuwe zorgverzekering Zorgeloos die met voldoende steun en inzicht in de situatie een vuist kan maken tegen de huidige zorgverzekeringen. Dat er nog veel meer nodig is om de zorg te verbeteren staat buiten kijf maar Zorgeloos is een begin. Door de splitsing langdurige zorg en WMO heeft de gemeente er geen financiële baat bij om mensen te helpen. Hoe eerder mantelzorgers overbelast raken, hoe eerder iemand opgenomen wordt in een langdurig zorginstelling en dus de kosten over gaan naar de verzekeringsmaatschappijen. Nu al zien deze verzekeringsmaatschappijen meer mensen in de langdurige zorg terecht komen dan verwacht was. Respijtzorg is massaal “vergeten” in te kopen door gemeentes, kortom er is een strijd tussen deze twee elementen gaande waar hulpbehoevenden en mantelzorgers de dupe van zijn.

Voor 2016 hoop ik dat gerealiseerd wordt dat:
• Er meer objectiviteit en onafhankelijkheid is
• Er geen aanbestedingen zijn waarin al een bepaald gelddeel / werk van te voren wordt weggegeven aan aanbieders
• Er geen onderaannemerschap wordt aangemoedigd die leidt tot een afhankelijkheid van grote zorgorganisaties
• Er gekeken wordt naar alternatieve zorg en vernieuwende zorgelementen, ofwel een bredere blik naar de zorg
• Er meer openheid van zaken zal zijn
• Er meer netwerken komen en samenwerking gestimuleerd wordt
• Er meer mantelzorgondersteuning (respijtzorg) ingezet wordt
• Mantelzorg een gewaardeerde plaats krijgt binnen onze maatschappij
• Er oplossingen gevonden worden op de woonproblemen voor hulpbehoevenden
• Mensen niet van elkaar gescheiden hoeven te worden wanneer een van de twee in een langdurig zorgsetting komt te wonen
• Er minder bureaucratie en meer vertrouwen in elkaar komt
• Problemen binnen de scheiding langdurige zorg en WMO (verzekeringen en gemeentes) opgelost worden
• Er duidelijkheid en stabiliteit is over indicaties en (eigen) bijdrages met garanties voor de toekomst voor hulpbehoevenden en mantelzorgers
• Er binnen gemeentes meer inzet komt van PGB’s om zelfstandig wonen beter te kunnen regelen
• Kleinschalig wonen de toekomst wordt en ook (financieel) gesteund wordt
• Meer “macht” naar de hulpbehoevenden en mantelzorgers gaat
• Er oplossingen komen zodat men thuis kan sterven ongeacht de indicatie

Dit bericht is geplaatst in bureaucratie, gezondheid, kwaliteit, obstakels, zorg met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *